Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
Direct Toegang
X
Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
50% Complete
Download dit samenvattingsboek economie en leer hoe je beter en makkelijker kan leren.

Page content

Examentip1 voor vmbo-ers(t) economie

Vmbo-ers(t) die dit jaar deelnemen aan het centraal examen economie moeten zeker dit artikel lezen. In dit artikel leg ik uit wat je voor het centraal examen economie moet weten. Allereerst welke begrippen moet je goed onder de knie hebben. De begrippen omzet, afzet, inkoopwaarde, verkoopwaarde, verkoopprijs, bedrijfskosten, brutowinst, nettoresultaat.

Je moet het nettoresultaat kunnen berekenen.

 

Omzet

Een bedrijf kan alleen blijven bestaan door producten te verkopen. Het geld dat het daarvoor ontvangt noem je de omzet. De omzet(verkoopwaarde, verkoopopbrengst) is het totaalbedrag dat een bedrijf ontvangt voor de verkoop van zijn producten.

Afzet

De afzet is het aantal verkochte producten. De omzet berekenen je door het aantal verkochte producten te vermenigvuldigen met de verkoopprijs. De formule om de omzet te bereken is dus: afzet x verkoopprijs=omzet.

 Inkoopwaarde

Inkoopwaarde is de waarde van de ingekochte materialen of producten. Deze waarde bereken je door de inkoopprijs van het aantal ingekochte producten of materialen te vermenigvuldigen.

Formule: ingekochte producten of ingekochte materialen x inkoopprijs=inkoopwaarde

 Brutowinst

De brutowinst is het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde is de brutowinst. De nettowinst plus de bedrijfskosten. Bedrijfskosten zijn de kosten die de ondernemer maakt om zijn bedrijf te runnen. Zoals loonkosten, kosten van het gebouw, reclame, verzekeringen, vervoer.

Formule: omzet-inkoopwaarde=brutowinst

 

 Nettoresultaat

Het nettoresultaat kan een nettowinst of een nettoverlies zijn. Van de brutowinst gaan alle bedrijfskosten af. Dit verschil kan een nettowinst of een nettoverlies zijn.

Formule: brutowinst-bedrijfskosten=nettoresultaat

Bij het berekenen van de nettowinst neem je alle bedragen zonder btw. De btw is niet voor de winkelier. Hij moet die afdragen aan de belastingdienst.

 

Voorbeeld

Angelique werkt zaterdag en soms ook vrijdag  tot 21.00 in snackbar ’t Patatje. In de afgelopen week zijn er 267 zakjes patat verkocht á € 2,50 inclusief 21% btw. De inkoopprijs van één zakje patat is 5ct inclusief 21% btw. De bedrijfskosten € 1.10 per zakje. Bereken het nettoresultaat van de afgelopen week voor dit product van ’t Patatje.

  1. Bepaal eerst de Omzet

De omzet is 267 x €2,50=€ 667,50 inclusief 21 btw. De omzet met btw is 121% als er 21% btw in zit. Om de btw uit de omzet te halen moet je de omzet delen door 121:

667,50: 121=5,5165

Omzet zonder btw= 5,5165 x 100= € 551,65. Vermenigvuldigen met 100 omdat de omzet zonder btw 100% is.

Omzet (exclusief btw)551,65

  1. Bepaal de inkoopwaarde = 267 x 0,05= €13,35
  2. Bepaal de inkoopwaarde zonder btw is 13,35: 121= 0,11033 x100= € 11,03
  3. Bepaal de brutowinst: omzet –inkoopwaarde = brutowinst

€ 551,65 – € 11,03 = € 540,62

  1. Bepaal de bedrijfskosten 267 x 1,10= 293,70
  2. Bepaal het nettoresultaat: Brutowinst- bedrijfskosten= Nettoresultaat

Nettoresultaat =€ 540,62 € 293,70=€ 246,92 (nettowinst).

 

Ik wil graag jou reactie van dit artikel weten, laat s.v.p een reactie achter. Ik leer ook graag. Was het artikel zinvol deel het met anderen zij zullen je dankbaar zijn.

Comment Section

0 reacties op “Examentip1 voor vmbo-ers(t) economie

Plaats een reactie


*