Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
Direct Toegang
X
Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
50% Complete
Download dit samenvattingsboek economie en leer hoe je beter en makkelijker kan leren.

Page content

Samenvatting arbeid en productie

Samenvatting arbeid en productie is een examenonderdeel uit het vmbo-tl examenprogramma economie. In dit deel leer je het verband tussen arbeid en productie. Bedrijven kunnen alleen bestaan als ze producten verkopen. Het verkochte aantal producten noemen we afzet en omzet is de opbrengst. De opbrengst of omzet bereken je door het aantal verkochte producten(afzet) te vermenigvuldigen met de consumentenprijs. Wat is het verschil is tussen consumentenprijs en verkoopprijs? Lees dan verder.

Producentengedrag

Een hoge omzet betekent niet meteen dat de bedrijfsresultaten ook hoog zijn. Om het resultaat te bepalen trekt het bedrijf van zijn omzet (ook verkoopwaarde of opbrengsten genoemd) de ingekochte materialen of producten, inkoopwaarde af.

 

Het verschil van de verkoopwaarde en de inkoopwaarde heet brutowinst. Daar moet vervolgens de bedrijfskosten af. Wat je daarna overblijft, is het nettoresultaat (nettowinst of verlies).

 

Schematisch gezien:

Stap 1: Omzet – inkoopwaarde= brutowinst

Stap 2: Brutowinst –bedrijfskosten= Nettoresultaat

 

Kapitaalgoederen, bijvoorbeeld machines, verminderen in waarde, simpel omdat ze gebruikt worden. Afgedankte machines worden verkocht of ingeruild en dat levert geld op. Je noemt dit de restwaarde.

 

Dat machines in waarde verminderen moet je afschrijven. Hoe doe je dat?

Je bepaald hoeveel een nieuwe machine kost. Een oude machine kan beter vervangen worden omdat het goedkoper is om met een nieuwe, moderne machine te produceren.

 

We schrijven dus af op de economische levensduur (gebruiksduur) van een machine. Niet op de technische levensduur (machine is versleten en niet meer bruikbaar) van de machine.

 

Omdat je van de afgedankte machine bij ruil of verkoop nog een geldbedrag ontvangt. Dit noem je de restwaarde. De restwaarde trek je van de aanschafwaarde (aankoopbedrag) af.

 

Dit verschil deel je door het aantal jaren dat men de machine gebruikt, dus de economische levensduur. Dit bedrag is het afschrijvingsbedrag per jaar.

 

Een voorbeeld:

Een ondernemer koopt een nieuwe kassa voor € 3000. De ondernemer gebruikt de kassa 3 jaar, denkt nog € 300 voor terug te krijgen. De ondernemer schrijft per jaar € 900 af. Namelijk 3000-300= 2700 en 2700: 3 = 900.

 

Afschrijvingsformule:

  aanschafprijs – restwaarde     =  3000-300    =  900

      economische levensduur                3

 

De afschrijvingskosten behoren tot de bedrijfskosten.

De verkoopprijs is de inkoopprijs plus een brutowinstmarge (dit is een percentage van de inkoopprijs). De prijs die de consument in de winkel betaald heet de consumentenprijs, dit is de verkoopprijs plus de btw.

 

De productiecapaciteit wordt bepaald door arbeidskrachten en beschikbare kapitaalgoederen. Hoeveel machines zijn er en wat is de kwaliteit? Zijn de machines verouderd of zijn ze splinternieuw?

 

De productiecapaciteit is onderbezet wanneer niet alle machines gebruikt worden of niet voldoende werken. De productiecapaciteit is overbezet als de vraag naar producten als maar toe neemt.

 

Het bedrijf kan het aantal gevraagde producten niet leveren omdat ze niet voldoende capaciteit hebben. Te weinig werknemers en/of te weinig machines of de machines produceren niet veel in vergelijking met een moderne machine.

 

Bedrijven zullen voortdurend streven om de arbeidsproductiviteit (dat is de productie per persoon in een bepaalde tijd) te verbeteren. Als de arbeidsproductiviteit omhoog gaat dan dalen de loonkosten per product. De verkoopprijs kan omlaag de afzet(aantal producten) kan toenemen.

 

Door technologische ontwikkelingen: mechanisatie en automatisering, kun je de arbeidsproductiviteit verbeteren. Mechanisatie is wanneer lichamelijke arbeid vervangen wordt door machines.

Automatisering is als computers machines besturen. Door arbeidsverdeling of specialisatie verbeter je de arbeidsproductiviteit. Je spreekt van specialisatie als de werkzaamheden in het productieproces zo verdeeld zijn dat iedereen doet waar ze goed in zijn.

 

Een hogere arbeidsproductiviteit verkrijg je door scholing, beloning voor betere prestaties, verbeteren van arbeidsomstandigheden en werksfeer.

 

Op de arbeidsmarkt zijn er twee partijen, één partij vraagt naar arbeid en de andere partij is het aanbod van arbeid. De vraag naar arbeid komt van de werkgever. Een werkgever heeft personeel nodig om te kunnen ondernemen.

 

Het aanbod van werk komt van de werkgevers, anders geformuleerd, dit vormt de beroepsbevolking. Tot de beroepsbevolking reken je alle inwoners van 15 tot 65 (67) jaar die werken of actief opzoek zijn naar werk van ten minste 12 uur per week.

Er is dus een werkzame beroepsbevolking en een werkloze beroepsbevolking. Als er minder vraag dan aanbod op de arbeidsmarkt is, is er werkloosheid.

We onderscheiden verschillende soorten werkloosheid: conjuncturele, structurele, regionale werkloosheid en frictie-en seizoenwerkloosheid.

 

Conjuncturele werkloosheid ontstaat als de productie afneemt doordat de vraag naar goederen en diensten afneemt. Er zijn dan minder werknemers nodig en de werknemers raken werkloos.

 

Structurele werkloosheid ontstaat als bedrijven blijvend op een andere manier gaan produceren. Bijvoorbeeld door mensen te vervangen voor machines. De productie verplaatsen naar lagelonenlanden of reorganisatie.

 

Regionale werkloosheid, werkloosheid in een bepaald gebied.

Frictiewerkloosheid is een werkloosheid die ontstaat als je een korte tijd werkloos bent doordat het tijd kost een passende baan te vinden.

 

Seizoenwerkloosheid, werkloosheid die ontstaat omdat bepaald werk alleen maar in een bepaalde periode van het jaar verricht kan worden.

 

Met geregistreerde werkloosheid bedoelen we de werklozen die ingeschreven staan bij het UWV werkbedrijf voor een baan van meer dan 12 uur per week.

 

Als je wel wilt werken en voor ten minste 12 uur per week moet je je inschrijven bij het UWV werkbedrijf. Doe je dit niet dan heet dit verborgen werkloosheid.

 

Als lonen sterk stijgen hebben werkgevers hoge loonkosten. Dit berekenen ze door in de prijzen van hun producten. De afzet kan dalen en dat brengt de werkloosheid in gevaar. Beter voor de werkgelegenheid is dat de lonen met een klein percentage stijgen(=loonmatiging).

 

In de jaren tachtig werd de werkloosheid bestreden met arbeidstijdverkorting dat houdt in dat de werkweek korter werd gemaakt dan 40-urige werkweek. In de toekomst verwacht de overheid juist dat er veel mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt.

 

De overheid wil de arbeidsdeelname vergroten. Arbeidsdeelname of arbeidsparticipatie is het percentage van de bevolking dat tot de beroepsbevolking behoort.

 

Zie ook samenvatting overheid.

Comment Section

0 reacties op “Samenvatting arbeid en productie

Plaats een reactie


*