Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
Direct Toegang
X
Haal ook mooie cijfers voor je economie(vmbo).
50% Complete
Download dit samenvattingsboek economie en leer hoe je beter en makkelijker kan leren.

Page content

Vijf examenvragen over de bedrijfskolom

toegevoegde waarde

Hieronder volgen vijf oud-examenvragen uit een vmbo-t examen economie.  Voor antwoorden zie onderaan de pagina.

In productieweg 1 en 2  is weergegeven hoe de productie van kleding kan plaatsvinden

 

productieweg 1 (waardetoevoeging per schakel)

katoenplantage West-Afrika € 2-,

exporteur West-Afrika € 4 ,-

importeur Nederland € 5,50

confectie-industrie Nederland € 10,-

kledingzaak in Nederland € 2,50

consument

 

productieweg 2(waardetoevoeging per schakel)

katoenplantage West-Afrika € 2-,

exporteur West-Afrika € 8,-

importeur Nederland € 4,-

confectie-industrie Nederland € 5,50

kledingzaak in Nederland € 2,50

consument

 

vraag 1

Voor West-Afrika is productieweg 2 gunstiger dan productieweg 1. Laat dit met behulp van een berekening zien.

 

Vraag 2

Ook voor de consument is de productieweg 2 gunstiger dan productieweg 1.Laat dit met behulp van een berekening zien.

 

Vraag 3

In werkelijkheid is er in West-Afrika sprake van een monocultuur: de hele economie is hoofdzakelijk gericht op de export van katoen (productieweg 1). Deze monocultuur is voor West-Afrika gunstig of ongunstig. Leg je antwoord uit.

 

De regering van West-Afrika wil overschakelen op productieweg 2 en heeft daarvoor geld nodig. Dit geld wil het land gebruiken om een confectie-industrie op poten te zetten. De Europese Unie is bereid een lening t geven tegen zachte voorwaarden.

 

Vraag 4

Vergeleken met andere soorten leningen is de rente bij een zachte lening…(1)… en is de afbetalingstermijn …(2)….

Wat moet er bij (1) en (2) worden ingevuld?

(1)=……….hoger/lager

(2)=………langer/korter

 

Vraag 5

In de klas is er verschil van mening over het geven van een lening. Erwin vindt het niet verstandig dat West-Afrika geld leent. ‘Het is juist goed dat een buitenlands bedrijf in dat land investeert en daar een confectie-industrie bouwt. Dat is beter voor de economie van dat land’.

Geef een argument voor het standpunt van Erwin.

Voor antwoorden zie onderaan de pagina.

 

 

 

 

 

 

 

Uitwerkingen

Vraag 1: voor West-Afrika is productieweg 2 het best omdat ze in totaal aan toegevoegde waarde verdienen 2+8+4= € 14,-. Via productieweg 1 verdienen ze € 6,- ( 2+4).

Vraag 2: voor de consument is ook productie 2 gunstiger omdat de prijs aan het eind van de bedrijfskolom is  € 22,- (2+8+4+5,50+2,50). De prijs is voor de consument aan het eind van bedrijfskolom 1 is € 24,-  ( 2+4+5,50+10 +2,50)

Vraag 3:  ongustig, want als de prijs  van katoen tegenvalt, kan het land niet terugvallen op inkomsten uit andere producten.

De prijzen van grondstoffen uit de landbouw schommelen vaak door overschotten of juist tekorten op de wereldmarkt. Dit kan komen door storingen in het klimaat of door natuurrampen.

Vraag 4: 

1=lager, 2=langer

Hoe lager de rente,hoe lager de rentelasten per jaar die het land over de lening moet betalen. Hoe langer de afbetalingstermijn, hoe kleiner het bedrag aan aflossing per jaar.

Vraag 5:

Voorbeelden van argumenten:

-West-Afrika bouwt geen  schuld op

-het buitenlandse bedrijf schept werkgelegenheid voor West-Afrika

 

 

 

Comment Section

0 reacties op “Vijf examenvragen over de bedrijfskolom

Plaats een reactie


*